
De boomlaag is de kenmerkende vegetatielaag van een bos boven ongeveer acht meter hoogte. De boomlaag bestaat uit de boomkruinen, eventueel met de daar aanwezige lianen, die samen het bladerdak vormen. De boomlaag bevindt zich boven een struiklaag, hoewel die niet altijd aanwezig hoeft te zijn. In tropische bossen kan de boomlaag aanzienlijk hoger zijn dan in de bossen in gematigde streken en kan zo nodig onderscheiden worden in een lage en een hoge boomlaag.
De bladeren in de boomkruinen vangen het meeste zonlicht af. Afhankelijk van de boomsoorten laat het bladerdak nog zonlicht naar de bodem door. Veel organismen hebben zich gespecialiseerd in dit milieu. Planten die juist gedijen in de schaduw zijn vooral te vinden op de bodem van bossen met een dichte kruinlaag.
Bij de wielewaal werkt het geel als een doeltreffende schutkleur, de middelste bonte specht broedt in oude bomen op grote hoogte en de rode eekhoorn is een specialist in het zich verplaatsen van boom tot boom.
Zie ook
Vegetatiestructuur en -textuur |
|---|
|








