
De kinderopvang vangt kinderen op in een gemeenschap met leeftijdsgenoten en ondersteunt kinderen bij het spelenderwijs aangaan van uitdagingen, bij het onderzoeken en ontdekken van de omgeving, bij het zoeken naar hun plek in de groep en door te laten ervaren wat het betekent een bijdrage te leveren aan het collectief. De kinderopvang richt zich primair op welbevinden en betrokkenheid van kinderen, zowel op individueel als op groepsniveau.[1][2]
Kinderopvang is een verzamelterm voor verschillende mogelijkheden om kinderen op te vangen, ter ondersteuning van de ontwikkeling van kinderen en/of op het moment dat kinderen niet opgevangen kunnen worden door ouders.
Met de kinderopvang worden in het spraakgebruik met name de formele vormen van opvang aangeduid, wat opvang is waarvoor betaald moet worden. De informele vormen (gratis opvang door opa/oma/buurvrouw) vallen er meestal buiten. Voorbeelden van kinderopvang zijn gastouderopvang, een kinderdagverblijf (of "crèche") of na- en buitenschoolse opvang.
Effecten
De toegang tot en kwaliteit van kinderopvang hebben verschillende gevolgen voor kinderen, ouders en verzorgers, en gezinnen. Kinderopvang kan een langdurige invloed hebben op het opleidingsniveau van kinderen. Ouders, met name vrouwen en moeders, zien een toename in arbeidsparticipatie wanneer kinderopvang toegankelijker en betaalbaarder is.[3]
De kwaliteit van de kinderopvang is van groot belang. Goede kwaliteit is essentieel voor de brede (sociaal-emotionele, cognitieve en taal)ontwikkeling van kinderen.[4]
Volgens de OESO is betaalbare en betrouwbare kinderopvang, met name voor kinderen jonger dan drie jaar, belangrijk om moeders – vooral die uit gezinnen met een laag inkomen of eenoudergezinnen – in staat te stellen volledig deel te nemen aan de arbeidsmarkt. In het bijzonder spelen de beschikbaarheid, intensiteit, betrouwbaarheid en betaalbaarheid van vroegkinderlijke educatie en kinderopvang (ECEC) een belangrijke rol bij het inschakelen van vrouwen in voltijdse arbeid. De kosten en de beperkte beschikbaarheid van ECEC vormen echter in veel landen nog steeds aanzienlijke belemmeringen.[5]
Een studie in Luxemburg onderzocht de effecten van een hervorming die het aantal gesubsidieerde kinderopvangplaatsen aanzienlijk uitbreidde. De resultaten toonden aan dat de arbeidsparticipatie van moeders steeg met 4 tot 7 procentpunt en dat het gemiddeld aantal gewerkte uren toenam met 2–3 uur per week. Het effect was het sterkst bij moeders van de jongste kinderen. De studie vond ook dat de algemene toename van de werkgelegenheid zowel voortkwam uit moeders die de arbeidsmarkt betraden als uit reeds werkende moeders die hun uren uitbreidden. De bevindingen benadrukken de rol van universele en ruim gesubsidieerde kinderopvang bij het ondersteunen van vrouwelijke arbeidsparticipatie en sluiten aan bij bewijs uit andere OESO-landen.[6]
Per land
Zie voor meer informatie over kinderopvang in specifieke landen en regio's:
- ↑ IJzendoorn, M.H. van (Marinus H.), 1952- (cop. 2004). De kwaliteit van de Nederlandse kinderopvang. Boom. ISBN 90-5352-978-0.
- ↑ Fukkink, Ruben, editor.. De Nederlandse kinderopvang in wetenschappelijk perspectief. ISBN 978-90-8850-794-6.
- ↑ (en) Including Immigrant Mothers in the Child Care Discussion – Gender and Intersectional Analysis (26 January 2020). Geraadpleegd op 9 oktober 2022.
- ↑ Landelijke Kwaliteitsmonitor Kinderopvang (LKK). Sardes. Gearchiveerd op 18 mei 2021. Geraadpleegd op 5 mei 2022.
- ↑ How does access to early childhood education services affect the participation of women in the labour market?. OECD (2018). Geraadpleegd op 5 October 2025.
- ↑ Bousselin, Audrey (2021). Access to universal childcare and its effect on maternal employment. Review of Economics of the Household 20 (2): 497–532.








