Kleine aardappelbovist | |||||||||||||||
---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
![]() | |||||||||||||||
Taxonomische indeling | |||||||||||||||
| |||||||||||||||
Soort | |||||||||||||||
Scleroderma areolatum Ehrenb. (1818) | |||||||||||||||
Afbeeldingen op ![]() | |||||||||||||||
|
De kleine aardappelbovist (Scleroderma areolatum) is een schimmel behorend tot de familie Sclerodermataceae. Hij groeit op voedselrijke zandgrond bij loofbomen, vooral eiken, maar verdraagt ook kalkbodems. De soort komt zeer algemeen voor, onder meer in plantsoenen en tuinen.
Kenmerken
Uiterlijke kenmerken
- Vruchtlichaam
Het vruchtlichaam is regelmatig bol- tot knolvormig en heeft een diameter van 1 tot 4 cm (soms worden exemplaren gevonden van 7 cm). De bruingele buitenzijde is voorzien van vlakke donkere schubjes waardoor een luipaardachtig patroon ontstaat. De buitenwand is dun (1 mm), maar relatief stevig en kan indeuken zonder scheuren. De huid kleurt rood bij krabben (mits vers). Bij doorsnijden van verse exemplaren kleurt het vlees vooral aan de basis rood. Na lage nachttemperaturen verdwijnt dit determinatiekenmerk. Het inwendige is bij jonge exemplaren wittig en compact, maar naarmate de zwam ouder is wordt dit donker grijsbruin en poederig. Aan de bovenzijde vormt zich dan een onregelmatige scheurtje waardoor de sporen worden verspreid.
- Steel
Het vruchtlichaam staat op een dunne korte steel (1-2 cm) met enkele witte strengen aan de basis.
- Sporen
De sporen zitten in het vruchtlichaam en zijn zwart van kleur.
- Geur
De geur is onaangenaam, rubberachtig.
Microscopische kenmerken
De sporen zijn rond en hebben gebogen stekels. Ze zijn 9,2–14 μm groot, met stekels die nog eens 1,4–1,6 μm lang zijn.
Vergelijkbare soorten
De gele aardappelbovist heeft een dikkere buitenschaal, geen steel en is meestal groter. De sporen er van hebben een verhoogd netwerk in plaats van gebogen stekels.
Verspreiding
In Nederland en België komt de kleine aardappelbovist zeer algemeen voor. Groeitijd is in de nazomer en herfst.
Eetbaarheid
Deze bovist is giftig. Het eten van grotere hoeveelheden leidt tot braken, diarree en soms flauwvallen.
Foto's
-
Sporen
-
sporen
-
Doorsnede
Zie ook
- Info op SoortenBank.nl
- Info op floraeuropa.eu
- Info op NMV Verspreidingsatlas Paddenstoelen
- Dam, N. & T.W. Kuyper, 2013 (6e druk 2020). Veldgids Paddenstoelen I. KNNV Uitgeverij, Zeist. p. 307