| Riffijns Tmaziɣt, Tarifit | ||||
|---|---|---|---|---|
| Gesproken in | Noord-Marokko, Melilla (door diaspora in Nederland, België, Duitsland, Frankrijk, Spanje etc.) | |||
| Sprekers | ca. 3 miljoen[1][2][3] | |||
| Rang | onbekend | |||
| Taalfamilie | ||||
| Varianten | ▪ Westelijk-Riffijns ▪ Centraal-Riffijns ▪ Oostcentraal-Rffijns ▪ Oostelijk-Riffijns | |||
| Alfabet | Latijns, Tifinagh en Arabisch | |||
| Officiële status | ||||
| Officieel in | ||||
| Taalorganisatie | geen | |||
| Taalcodes | ||||
| ISO 639-3 | rif | |||
| ||||
Het Riffijns, ook wel Tarifit,[4] of gewoon Tamazight genoemd, is een taal die gesproken wordt door bewoners van het noorden van Marokko, voornamelijk in de Rif. De lokale bevolking identificeert zich dan ook als Riffijn, oftewel "arifi" (meervoud: "irifiyen"). Het Riffijns wordt na schatting ook door één miljoen Marokkaans diaspora gesproken.
Het Riffijns behoort tot de Berbertalen en maakt deel uit van de Zenatitalen, een talengroep met in totaal 12 talen en dialecten gesproken in de Maghreb.
Wereldwijd zijn er ongeveer 3 miljoen sprekers.
Verspreiding
Het Riffijns wordt voornamelijk gesproken in de in de oostelijke helft van Noord-Marokko. Het wordt ook gesproken in Melilla, een Spaanse enclave ongeveer 14 kilometer van Nador, door een groot deel van de bevolking.
Stammen
De oudste geschiedenis van Noord-Marokko is neergeschreven door de Arabische historicus Ibn Khaldun (1332-1406). De Amerikaanse antropoloog Carleton S. Coon (1904-1981) noemde achttien min of meer verschillende stammen in de eigenlijke Rif. Gaat men uit van een geografische indeling in drie delen, oostelijk, centraal en westelijk, dan zou het oostelijke deel de Ait Iznassen en Ikebdanen omvatten. In het centrale deel wonen de Ait Bouyahyi, Ait Ourish, Ait Said, Ait Tafersite, Ait Temsamane, Ait Touzine, Ibdarsen, Igzenayen en Iqer'iyen. Het westelijk deel huisvest de zogenoemde maritieme stammen: Ait Ammart, Ait Boufrah, Ait Gmil, Ait Itteft, Ait Waryagher, Ibaqouyen en Mestassa. De meeste spreken de Riffijnse taal, een kleine groep stammen is gearabiseerd op het gebied van taal tijdens de Spaanse bezetting.[5][6][7]
Alfabet
Net als andere Berbertalen is het Riffijns door de jaren heen met verschillende schriften geschreven. In tegenstelling tot de nabijgelegen Tashelhiyt beschikt het Riffijns over weinig geschreven literatuur van vóór de twintigste eeuw. De eerste schriftelijke voorbeelden van het Riffijns verschijnen vlak voor de koloniale periode. Teksten als R. Basset (1897) en S. Biarnay (1917) zijn met het Latijnse alfabet geschreven, maar op een wat gebrekkige manier. Sinds 2003 is het Tifinagh officieel geworden in heel Marokko. Het Latijns blijft het meest gebruikte schrift online en in de meeste publicaties in Marokko en daarbuiten.[8]
Dialecten

Het Tarifit bestaat uit vier dialecten (exclusief Sanhaja Srair). Deze verschillen nauwelijks van elkaar, maar kennen enkele typische verschillen in de uitspraak van bepaalde woorden. De vier dialecten zijn, met hun sprekers en plaatsen:
- Het Westelijk-Riffijnse dialect gesproken door de Ait Waryaghar, Ibaqouyen, Ait Ammart en Ait Itteft. Dit dialect staat er om bekend dat het de zachte "k" (ook wel zachte "g") gebruikt, daar waar het Centraal-Riffijnse dialect de zachte "k" omzet in een "ch"-klank (vergelijk: taknift en tachnift, amkan en amchan, tikri en tichri, aghak en aghac).
- Het Centraal-Riffijnse Dialect van de Ait Ourish, Ait Said, Ait Tafersit, Ait Temsamane, Ait Touzine, Iqer'iyen en Igzenayen. Dit dialect staat er om bekend dat het de "ch" klank veelvuldig gebruikt, daar waar de overige twee dialecten vooral de zachte "k" gebruiken. Een andere eigenschap van dit dialect is de vaak nasale uitspraak van woorden die met een klinker eindigen.
- Het Oostcentraal-Riffijnse dialect van de Ibdarsen en Ait Bouyahyi. In dit dialect wordt de "r" nog uitgesproken, daar waar de centraal en westelijke-Riffijnse dialecten deze letter laten vallen en de medeklinker ervoor verlengen (tamghart en tamghaat, tawworth en tawwaath, taddart en taddaath).
- Het Oostelijk-Riffijnse dialect van de Ikebdanen en Ait Iznassen. Dit dialect verschilt van de andere drie dialecten, omdat het vaak de "L"-klank behoudt daar waar de andere drie dialecten de "l" hebben ingeruild voor de "r" of voor de "dj"/"d" (zo wordt het woord yedji of yeddi in dit dialect uitgesproken als yelli, aghyour als aghyoul en mermi als melmi). Sommige stamdialecten binnen deze categorie gebruiken ook regelmatig een "dl" klank in plaats van de "l".
Onderstaande tabel laat enkele verschillen in dialect zien.
| Nederlands | West-Tarifit (Hoceima en omstreken) | Centraal-Tarifit (Nador e.o.) | Oostcentraal-Tarifit (Driouch, Aaroui en omstreken) | Oost-Tarifit (Berkane e.o.) |
|---|---|---|---|---|
| Dochter | Yedji | Yedji | Yeddi | Yelli |
| Ezel | Aghyour | Aghyour | Aghyour | Aghyour |
| Gedachte | Rbar | Rbar | Rbar | Lbal |
| Groet | Sedjem | Sedjem | Seddem | Sellem |
| Het is | Thedja | Thedja | Thedda | Thella |
| Hij bidt | It zadja | It zadja | It zadda | It zalla |
| Hoe | Mamek | Mamech | Mamech | Mamek |
| Vrouw | Tamghaath | Tamghaath | Tamgharth | Tamgharth |
| Jouw | inek/inem | nnech/nnem | nnech/nnem | nnek/nnem |
| Links | Azermad | Azermad | Azermad | Azelmad |
| Loopje | Tikri | Tichri | Tichri | Tikli |
| Mooi | Kna | Chna | Chna | Kna |
| Nacht | Djireth | Djireth | Direth | Lilleth |
| Ram | Ikari | Ichari | Ichari | Ikari |
| Wanneer | Mermi | Mermi | Mermi | Melmi |
| Zwart | Abarkan | Abarchan | Abarchan | Abarkan |
Verspreiding buiten Marokko

Het Tarifit (Riffijns) is de moedertaal van ongeveer 4,5 miljoen Riffijnse Marokkanen en van ongeveer 2,5 miljoen Marokkanen in Europa. Deze groep is vooral te vinden in Nederland, België, Frankrijk, Spanje en Duitsland. Verder is er nog een kleine groep Riffijnen in Algerije. Vooral in Bethioua. Deze wonen in Tlemcen en Oran.
Arabisering
De Riffijnse taal wordt gesproken door het overgrote deel van de Riffijnen als eerste taal gesproken. Er is echter een klein aantal stammen die in de vorige eeuw taalkundig is gearabiseerd. Het gaat hier om de Ait Boufrah, Ait Itteft (grotendeels), Bni Gmil en Mestassa in het westen van de Rif. Deze vier stammen zijn grotendeels overgegaan op het Darija met een Riffijns accent en Riffijnse invloed. Een minderheid van deze stammen spreekt nog het Riffijns. Ondanks de taalkundige arabisatie zien deze stammen zichzelf als Riffijnen. In het oosten van de Rif zijn de Ait Iznassen grotendeels taalkundig gearabiseerd. Of de Ait Iznassen tot de Riffijnen behoren, is altijd een discussiepunt geweest.[bron?] Duidelijk is in ieder geval dat de meeste Ait Iznassen zich niet als Riffijnen beschouwen, vooral vanwege het eigen geografische leefgebied dat zij hebben.
De overige stammen van de Rif zijn allen volledig Riffijns sprekend. Van arabisering binnen deze stammen is dan ook niet tot amper sprake. Integendeel, zij verzetten zich sterk tegen de Arabische invloeden in de Rif, zowel taalkundig als cultureel.
- ↑ Centre de Recherche Berbere
- ↑ https://www.axl.cefan.ulaval.ca/europe/paysbas2-general.htm
- ↑ https://www.migrationpolicy.org/article/morocco-setting-stage-becoming-migration-transition-country
- ↑ Van Dale.
- ↑ Coon, Carleton S. (1931). Tribes of the Rif. Peabody Museum of Harvard University. Geraadpleegd op 12 november 2021.
- ↑ (en) Coon, Charleton S. (1931). Tribes of the Rif. University of Harvard, pp. 38.
- ↑ Gearchiveerde kopie. Gearchiveerd op 15 oktober 2022. Geraadpleegd op 14 oktober 2022.
- ↑ (en) Mourigh, Khalid, Kossmann, Maarten (2019). An Introduction to Tarifiyt Berber (Nador, Morocco). Ugarit-Verlag, pp. 12. ISBN 978-3-86835-307-5.
- ↑ https://www.researchgate.net/publication/344193140_Rif_Berber_From_Senhaja_to_Iznasen_A_qualitative_and_quantitative_approach_to_classification








