
Een tourbillon is een systeem om de invloed van de zwaartekracht op de gang van een mechanisch uurwerk constant te houden.
Principe

Een zakhorloge werd gewoonlijk verticaal gedragen in een vestzak of aan een ketting opgehangen, of het werd plat neergelegd. Het was bekend dat een verticaal horloge minder precies liep: ten opzichte van een liggend exemplaar vertoonde het afwijkingen die wisselden in de loop van een dag. Deze mindere precisie resulteerde in wisselende accuratesse; dat is de vakterm voor de juistheid over een langere periode.
De beroemde horlogemaker Abraham Louis Breguet realiseerde zich dat dit deels door de zwaartekracht kwam en bedacht in 1795 de tourbillon om deze invloed meer constant te houden tijdens een etmaal. In een tourbillon (Frans voor wervelwind) zijn het echappement en de onrust van een uurwerk gemonteerd op een ronddraaiende kooi om de wisselende effecten van de zwaartekracht op te vangen. Op 25 juni 1801 kreeg Breguet octrooi op het principe.
Het mechanisme heeft geen effect als een horloge aan de pols gedragen wordt, omdat de oriëntatie ten opzichte van de zwaartekracht dan voortdurend wisselt.
Productie
Het maken van tourbillons voor horloges bleek bijzonder moeilijk en toen Breguet in 1823 stierf, had hij er maar 35 verkocht.
Het probleem zat niet alleen in het mechaniek: de stand van de techniek liet toen al complexere apparaten toe. Een grote moeilijkheid was de gebrekkige maatvastheid en vormvastheid. De bewegende delen van een horloge moeten zeer licht zijn, wat dunwandige tourbillonkooien vereist. Deze vervormden door het temperen en tijdens het bewerken, zodat geen twee kooien hetzelfde waren. Alleen uitzonderlijk vakbekwame horlogemakers konden daar rekening mee houden en tegelijk uit de vele onderdelen een lichtlopend geheel bouwen; zo'n 250 meester-horlogemakers produceerden tussen 1801 en 1945 niet meer dan 600 tot 850 tourbillons. Dergelijke uurwerken waren dan ook extreem duur.

Zelfs bij goede tourbillons is de winst in accuratesse en precisie bij horloges beperkt.[1] Bij klokken gelden de eisen van miniaturisatie en licht gewicht minder sterk. Tourbillon-uurwerken werden vanaf 1880 in Amerika en vanaf 1900 in de Franse en Zwitserse Jura in serie gemaakt.
Ontwikkelingen vanaf 1980
Pas toen elektro-erosie aan het einde van de jaren 1980 in industriële omgevingen gebruikt werd, werden er tourbillons in serieproductie gemaakt die meetbare voordelen hadden, maar deze gelden vooral voor zakhorloges en staande klokken. In mechanische polshorloges heeft de tourbillon nauwelijks zin, behalve dan de voldoening van een mooie technische toevoeging.
De beste handgemaakte tourbillons hebben veertig tot negentig bewegende delen die samen slechts 0,2 tot 0,6 gram wegen en speciale gereedschappen vereisen.[1] De maattoleranties zijn zeer gering en er worden lichte en slijtvaste metalen toegepast. De kasten zijn ongeveer acht millimeter in doorsnede en worden gemaakt van materialen als titanium en beryllium.
Tot de ontwikkelingen vanaf het eind van de twintigste eeuw behoren:
- de center-tourbillon van Omega, waarbij de tourbillon in het centrum van het uurwerk is geplaatst;
- de twee- en drieassige tourbillons van enkele Engelse horlogemakers;
- de dubbeltourbillon van Breguet, met twee onafhankelijk functionerende tourbillons;
- de gyrotourbillon van Jaeger-LeCoultre.
Galerie
- Animatie van een tourbillon
- Vereenvoudigde weergave
- Tweeassige tourbillon
Bibliografie
- Denny, Mark (June 2010). The Tourbillon and How It Works. IEEE Control Systems Magazine 30 (3): 19–99 (IEEE Control Systems Society). DOI: 10.1109/MCS.2010.936291.
Externe link
- 1 2 Abraham, Denny (1 januari 2010). The Tourbillon and How It Works [Applications of Control]. Control Systems Magazine, IEEE . DOI:10.1109/MCS.2010.936291.









