

Tufsteen of tuf[1] is gesteente dat grotendeels uit vulkanische as bestaat. Tufsteen is pyroklastisch gesteente - de as waaruit het bestaat is bij een vulkaanuitbarsting opgebroken en verplaatst materiaal. Soms bevinden zich in de as ook grotere fragmenten van de vulkaan of het omringende gesteente, die lapilli worden genoemd, en brokken vulkanisch glas (obsidiaan).
Ontstaan
Tufsteen wordt afgezet rond explosieve vulkanen. Tijdens een uitbarsting stoot de vulkaan tefra de atmosfeer in, bestaande uit deeltjes lava en omringend gesteente dat door de kracht van de explosie is opgebroken. Omdat de grootste en zwaarste brokstukken het dichtst bij de vulkaan neervallen, is de verder van de vulkaan gevonden tefra het fijnst en best gesorteerd.
Er zijn tufsteenformaties bekend van 230 km² met een gemiddelde dikte van 30 meter.[2] Geologisch jonge voorbeelden van tufsteenlagen uit het midden-Tertiair tot Pleistoceen zijn te vinden in de Eifel in Duitsland.
Gebruik
Tufsteen is een relatief zachte steensoort die gemakkelijk te bewerken is. Gemalen tufsteen noemt men tras, dit wordt toegevoegd aan metselspecie voor een vaster en waterdicht metselwerk.
In de middeleeuwen werd tufsteen vaak gebruikt als bouwmateriaal. In Nederland betrof dit vooral Römer tufsteen uit de omgeving van Mayen. Het werd vooral gewonnen in de Eifel, verscheept vanaf de haven van Andernach en verhandeld via plaatsen als Keulen, Utrecht en Deventer, waarna het over de Rijn en IJssel verder werd verscheept naar bouwplaatsen. Vooral kerken werden in tufsteen gebouwd, maar ook profane gebouwen zoals paltsen en woonhuizen. Tufstenen woonhuizen uit de 12e eeuw in Deventer, Zutphen en Utrecht behoren tot de oudste stenen huizen van Nederland. Vanaf de dertiende eeuw werd tufsteen steeds vaker vervangen door de dichtbij te produceren baksteen.
Soorten tufsteen

Petrologische indeling
In de IUGS-classificatie is pyroklastisch gesteente ingedeeld op grootte van de tefra. Tefra zelf is verdeeld in drie categorieën: bommen of blokken (> 64 mm), lapilli (2 - 64 mm) en as (< 2 mm). Tufsteen is per definitie gesteente waarvan meer dan 75% van het volume uit as bestaat.[3] Gesteente met meer grotere tefra dan tufsteen wordt lapillituf genoemd, of tufbreccie als er meer dan 25% bommen of blokken in voorkomen.
Tufsteen kan verder worden ingedeeld. Als de as overwegend groter is dan 1/16 mm spreekt men van grove tufsteen; bij fijnere as spreekt men van fijne tuf of stoftuf.[3] Daarnaast kan tufsteen op grond van de samenstelling van de as worden ingedeeld. In "lithische tuf" bestaat de tefra overwegend uit gesteentefragmenten. In "kristaltuf" bestaat de tefra overwegend uit kristallen. Bij "vitrische tuf" gaat het overwegend om glasfragmenten. Een "basaltische tuf" is een tufsteen die grotendeels uit basaltfragmenten bestaat.
Tuffiet is nauw aan tufsteen verwant gesteente. In tegenstelling tot tufsteen bevat tuffiet ook fragmenten die niet vulkanisch van herkomst zijn, hoewel de tefra domineert. Tuffiet ontstaat als weer en wind de tefra ("pyroklasten") na afloop van de uitbarsting verplaatst en mengt met ander sediment ("epiklasten").
Bouwmateriaal
Er bestaan meer dan 5000 soorten tufsteen, in vele kleurschakeringen en hardheidsgraden, die worden ingedeeld naar de samenstelling (porfiertuf, basalttuf, trachiettuf en leuciettuf) of ofwel naar vindplaats.[4] In Nederland zijn met name de Duitse tuffen veel toegepast, met name
- Ettringer tufsteen
- Römer tufsteen
- Weiberner tufsteen
- Hasenstoppler tufsteen
- Hohenleihe tufsteen
Recenter is ook de Italiaanse tuf Peperino toegepast:
- Peperino grigio
- Peperino rosato
In meerdere talen heeft de steensoort een naam die verwijst naar peper: pepperstone, pfefferstein.[5]
Voetnoten
- ↑ Ook dofsteen, dufsteen, duifsteen, duigsteen, duisteen, tofsteen, tuifsteen of tuitssteen. Zie WNT: TUFSTEEN (1971)
- ↑ Natuursteen in Monumenten, A. Slinger/H. Janse/G. Berends, Rijksdienst voor de Monumentenzorg, Zeist, tweede druk, p 27
- 1 2 Le Maitre et al. (2002)
- ↑ Slinger, Natuursteen in Monumenten
- ↑ Marja van Trier: Het geheim van de Peperstraten. Uitg. in eigen beheer, 2023
Bronnen en verwijzingen
- (en) Le Maitre, R.W. (ed.); Streckeisen, A.; Zanettin, B.; Le Bas, M.J.; Bonin, B.; Bateman, P.; Bellieni, G.; Dudek, A.; Efremova, F.; Keller, J.; Lameyre, J.; Sabine, P.A.; Schmid, R.; Sørensen, H. & Woolley, A.R., 2002: Igneous Rocks, A Classification and Glossary of Terms, Recommendations of the International Union of Geological Sciences Subcommission on the Systematics of Igneous Rocks (2nd ed.), Cambridge University Press, ISBN 978-0-521-66215-4.








